Het is geen indrukwekkend gewas. Geen hoge boom, geen imposante wortels, geen snelle groei. Veenmos —Sphagnum voor de kenner— is een bescheiden, sponsachtig plantje dat z’n best doet in zure, voedselarme plassen. Toch is het één van de meest effectieve koolstof- en wateropslagen die de natuur kent. Het houdt water vast tot twintig keer zijn eigen gewicht, het bindt CO2, het vangt methaan — en het doet dat niet voor een seizoen of een decennium, maar voor duizenden jaren. Mits met rust en nat gelaten natuurlijk.
Dat laatste is precies waar het grofweg 175 jaar geleden mis is gegaan in onder meer De Peel. Nederland had ooit 250.000 hectare hoogveen, totdat het als grondstof gezien werd en op grote schaal ontgonnen. De start van de veenmoscide. Het resultaat vandaag de dag: Grofweg 8.000 hectare resteert. En van die 8.000 hectare verkeert minder dan 10 hectare in werkelijk actieve, veenvormende staat. De rest is gedegradeerd gebied waar veenmos nauwelijks nog voet aan de grond krijgt.
Lange tijd interesseerde dat niemand. Veen was iets van vroeger. De laatste decennia echter is het tij gekeerd. Onder de vlag van Natura 2000 zijn hoogveengebieden formeel aangewezen als beschermde habitattypen. Niet als sentiment, maar als Europese juridische verplichting. De erkenning is er, aan de uitvoering moet nog flink gewerkt worden.
Dat brengt me bij het volgende idee: Aan de rand van de Mariapeel en Deurnsche Peel, in het Limburgse America, loopt een project dat grofweg 250 hectare voormalig agrarisch land omvormt tot vernаt natuurgebied met daarboven zonnepanelen. Op het eerste gezicht een lokale gebiedsontwikkeling, maar zullen we in die nieuwe natte grond, onder de zoemende panelen, veenmos planten? Met een CO2 opslagcapaciteit van 1-2 ton per hectare per jaar toch goed voor 250-500 ton per jaar. En direct een groei van 3.1% van het totale oppervlakte hoogveengebied in Nederland. Het is het onderzoeken waard toch?
Ik weet het, een bos doet het veel sneller. Maar een bos geeft zijn koolstof terug zodra het sterft en ontbindt. Veenmos bouwt door, laag voor laag, eeuw na eeuw, en laat niet los wat het eenmaal heeft vastgehouden. Het is geen sprint, het is een dieselmotor met een lange horizon. En als we klaar zijn met de zonnepanelen, halen we ze weg en laten we een volwassen natuurgebied na dat nog eeuwen vooruit kan.
Veenmos vraagt weinig. Zuur en permanent water, rust, en de ruimte om te groeien. Het enige wat het niet overleeft, is onverschilligheid. Laten we het de aandacht geven die het verdient.



